| 2 | 1881 | - 14 okt 1881—15 okt 1881: Oktoberstorm
1881. 14 October. De Octoberstorm. Deze duurde 23 uur onafgebroken. Op een Vrijdag van 11 uur des voormiddags tot 8 uur 's avonds woei een vliegende storm uit het Zuidwesten, overgaande in West en ten slotte in Noord-West. De Scheveningsche weg gaf een ruïne te zien, als men nimmer te aan-schouwen kreeg. Op den beneden weg — de Hooge weg en de boschrand niet meegerekend — werden 111 boomen neergeworpen van 30 a 40 c.M. middellijn. Tal van boomen waren bovendien losgewoeld en moesten geveld worden. Van een pasgebouwde villa aan den Gevers Deynootweg werd de kap afgerukt en op de vlakte neergeworpen. De golven namen den voet der duinen op hun terugweg mede. De schuiten werden tegen de duinen opgeworpen. Van de honderd vaartuigen, die aan het strand stonden, kwamen er nauwelijks acht ongedeerd af. De beman-ning moest de vaartuigen verlaten en zich bepalen tot het vastzetten der schepen met ankers in den straatweg. De schade aan de vloot werd geschat op een ton gouds. De volgende dagen kwam de rest van de vloot met groote verliezen aan netten thuis, vele misten de geheele vleet. Door den storm vergingen niet minder dan 7 schepen van Scheveningen.
|
| 3 | 1894 | - 22 dec 1894—23 dec 1894: Stormvloed
De storm bracht te Scheveningen én aan de zeewering én aan de vloot enorme verliezen toe. In den avond van Zaterdag wakkerde de sterke Zuidwestenwind tot storm aan en schoot uit naar. het Noordwesten. Met reuzenkracht beukte de zee van elf uur des avonds tot 2 uur in den nacht de duinen. Telkens gingen brokken grond verloren, door de golven losgewoeld en dan medegevoerd, zelfs op den strandweg was men niet meer veilig, want elk oogenblik zag men, toen de duinrand verdwenen was, ook den weg versmallen. Bij de Kerkwerf liep het zeewater het dorp in; op enkele plaatsen in de Jacob Pronkstraat liep men omstreeks halftwee tot aan de knieën in het water. Treurig, allertreurigst was het met de vloot gesteld. De schepen, die in winterlaag en op het duin en aan den strandweg stonden, waren honderd-vijftig in getal. Meer dan de helft van dat aantal stortte in den nacht ach-tereenvolgens naar beneden. Niettegenstaande de groote duisternis, waagde men nog pogingen om de vaartuigen hooger op te halen, maar men moest voor de overmacht bukken. Toen de schepen omlaag waren gesmakt, begon eerst de vernieling, want daar alle zonder ankertouwen waren, werden ze tegen elkaar gesmeten. Een schuit maakte zelfs een tocht.van de Kerkwerf naar het Oranje-hotel. Bij het aanbreken van den dag kwam eerst de omvang van de ramp aan het licht. Vijf en twintig vaartuigen waren geheel verloren. Het strand was bezaaid met brokstukken, masten enz. van de vernielde sehepen; het was een ware chaos. Er waren bommen, waar men in- en uit kon loopen. Vele reeders waren tegen schade aan het strand geassureerd voor twee derden der schade, maar enkelen, die zich niet verzekerd hadden, waren geheel geruïneerd. Een schipper, Jacob Kuijper, die tijdens den storm aan een matroos op een schuit een touw wilde overreiken, voelde den grond onder zich verdwij-nen, ook hij verdronk en nooit werd meer een spoor van den man gevonden. En de zeewering? Wat jaren geleden reeds voorspeld was, dat de strand-weg nog eenmaal een prooi der golven zou worden, was nu een feit gewor-den. Ter hoogte van de sociëteit Neptunus bleef van dien weg slechts 1 a 2 Meter breedte over. De bronzen honden, die aan de zeezijde van het Kurhaus de wacht hielden, werden van hun voetstuk op het strand gewor-pen. Bij de Naald ging de duinvoet wel 15 Meter terug. Hoogheemraden hadden den aanleg van hoofden vóór Scheveningen uit-gesteld tot het begin van 1895, maar thans waren zij wel gedwongen terstond de handen aan het werk te slaan. Den 26sten December werd reeds door Delfland met het bouwen van een gedeelte strandmuur van het hotel Rauch tot Zeerust begonnen, omdat vóór de Kerkwerf het gevaar het meest dreigde. Dit was evenwel slechts eene tijdelijke voorziening. Aangezien reeds den volgenden dag na den storm de wind geheel bedaard was, meende men ditmaal niet met een gewonen storm, maar met een zee-beving te doen gehad te hebben. Vanwege Delfland werd weldra de aanleg van een drietal strandhoofden ondernomen. Het bouwen van een steenen zeewering, hoofdzakelijk bestaande uit ba-zalt en graniet kwam voor rekening van de gemeente 's-Gravenhage. In Februari 1896 werd dit kostbare werk aanbesteed aan De Blécourt te Nijmegen voor een som van ƒ 503.000. De muur had een lengte van 1130 M. beginnende bij Zeerust en eindigende bjj het Kurhaus. De oplevering^ge-schiedde eenige weken vóór den bepaalden termijn, wat den aannemer een aanzienlijke premie boven de aannemingssom bezorgde. De muur heeft reeds menigen storm met goed gevolg doorstaan. Schade van eenige beteekenis werd er nooit door de golven aan.toegebracht, wat voor een deel zal moeten worden toegeschreven aan den hollen vorm, die aan de zeezijde van den muur werd gegeven. Later, toen de duinen vóór het Oranjehotel belangrijk waren afgenomen en men vreesde dat te eeniger tn'd dit waardevolle gebouw gevaar zou loopen door de zee verzwolgen te worden, werd voor rekening van de Exploitatie-Maatschappij „Scheveningen", gewoonlijk de „Trust" genoemd, de muür nog vele meters Noordwaarts verlengd. In 1908 toen de duinen bn' de Naald en den Vuurtoren zoo waren afge-nomen, dat vooral de eerstgenoemde veel kans had te bezwijken, ging de Gemeente over tot een verlenging Zuidwaarts, tot aan de Visschers-haven toe.
|